Bombardementen op Dordrecht


Dordrecht is tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere keren gebombardeerd, met als bekendste en dodelijkste aanval het geallieerde bombardement op Park Merwestein  Hierbij kwamen 57 tot 69 burgers om het leven toen bedoelde bommen op het Duitse hoofdkwartier (Villa Simpang) grotendeels hun doel misten en omliggende bebouwing raakten. 

Belangrijke bombardementen en aanvallen:

  • 24 mei 1940: Duitse vliegtuigen bombardeerden de stad in de beginfase van de oorlog, wat leidde tot schade aan gebouwen en infrastructuur.
  • 17 september 1944: Luchtaanvallen op Duitse luchtafweerstellingen.
  • 24 oktober 1944 (Park Merwestein): Geallieerde jachtbommenwerpers (Typhoons/Spitfires) vielen het Duitse hoofdkwartier in Villa Simpang (Park Merwestein) aan. Dit resulteerde in 57 tot 69 burgerdoden, tientallen gewonden en zware schade in de omgeving, waaronder de Buitenschool aan de Vriesestraat. 
  • 28 januari 1945: Een succesvolle aanval door de RAF op het Gestapo-hoofdkwartier in Dordrecht, waarbij het gebouw volledig afbrandde.

Schade op de hoek Paul Krugerstraat/Louis Bothastraat, aangericht door het bombardement op Dordrecht met als doelwit Park Merwestein op 24 oktober 1944

chade in de Cronjéstraat aangericht door het bombardement op Dordrecht met als doelwit Park Merwestein op 24 oktober 1944

Schade op de Vrieseweg aangericht door het bombardement op Dordrecht met als doelwit Park Merwestein op 24 oktober 1944

Schade op de Burgemeester de Raadtsingel aangericht door het bombardement op Dordrecht met als doelwit Park Merwestein op 24 oktober 1944


Maandag 22 januari 19451e pogingBombarderen Gestapo-gebouw in Dordrecht. Op diverse vliegvelden in Belgie, waaronder het vliegveld Melsbroek bij Brussel, stegen op deze maandag ruim 356 vliegtuigen op. De groep bestond uit verkenningsvliegtuigen, jachtbommenwerpers en jagers. Eerst werden er in de Noordelijke sector van Nederland diverse aanvallen en beschietingen uitgevoerd. In de middag werd door 48 Spitfires van de 132 Wing no. 66 squadron, een tweede aanval uitgevoerd onder andere op de zuurstoffabriek in Alblasserdam, bij deze luchtaanval werd de fabriek volledig vernietigd. Een geplande aanval met Typhoons van de 146 Wing op het Gestapo kantoor in Dordrecht mislukte. De oorzaak was de dichte mist. Het gevolg van deze afgelasting was, dat een groot deel van de nog aanwezige bommen moest worden gelost. Deze bommen kwamen vervolgens terecht in een gebied begrenst door de Toulonselaan, Transvaalstraat, Krommedijk en Vrieseweg. Met als gevolg heel veel schade aan woningen en bedrijven. Maar ook hierbij nog eens de vele doden en gewonden, die bij deze aanval te betreuren waren.

Zondagmiddag 28 januari 19452e poging (succesvol)Bombarderen Gestapo-gebouw in Dordrecht. Op zondag aan het einde van de morgen, stijgen van diverse vliegvelden in Belgie, waaronder het vliegveld Melsbroek bij Brussel, ruim 350 vliegtuigen op. De groep vliegtuigen bestaat uit Jagers, Spitfires Jachtbommenwerpers, Typhoons en Tempests, op weg voor gewapende verkenningen boven noord en midden Nederland. Een opleidingsschool voor saboteurs bij Doorn werd daarbij vernield. Maar ook diverse spoorlijnen beschadigd en treinen werden onder vuur genomen. Waar nodig werd eveneens ook nog luchtsteun verleend aan grondtroepen. In de middag, werd in Dordrecht het Gestapo hoofdkwartier “Villa Simpang”, getroffen door een regen van bommen en raketten. Het Gestapo hoofdkwartier viel ten prooi aan de vlammen en brand vervolgens volledig af. De brandweer moest daarbij, wegens ontploffende munitie “machteloos” toezien. Met gevolg, veel schade aan woningen in de directe omgeving. Maar ook hierbij nog, de vele doden en gewonden die er bij deze aanval te betreuren waren.
Het trieste eindresultaat van deze beiden, door de RAF uitgevoerde luchtaanvallen op het Gestapo gebouw is als volgt zichtbaar. Een totaal van 18 doden te betreuren en nog eens 29 gewonden.

Achtergrond – Bunkerlinie

Langs de buitenste zuidelijke dijken van het Eiland van Dordrecht staan op regelmatige afstand van elkaar bunkers als intrigerende betonnen huisjes (bunkers). Ze bestaan uit één laag met een soort schilddak, zijn geheel in schoon gewapend beton uitgevoerd en hebben één toegangsopening.

De bunkers zijn gemaakt als groepsschuilplaats tussen februari en mei 1940, in opdracht van de Nederlandse Staat. Toen de oorlog uitbrak waren ze eigenlijk nog niet geheel klaar.

De bunkers zijn in bezit van de Staat, maar staan bijna allemaal op privégrond. Vanwege de constante temperatuur van ca. 5 °C zijn ze niet alleen geschikt voor opslag, maar ook als winterverblijf voor vleermuizen. Zes bunkers zijn hiervoor in gebruik.

 


Defensiebeleid voor de Tweede Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog had Nederland een grote bewapeningsachterstand. De sfeer in Nederland was antimilitaristisch en er was groot vertrouwen in de net opgerichte Volkerenbond. Sommige politieke groeperingen wilden zelfs leger en vloot afschaffen. Bovendien verkeerde Nederland in een economische crisissituatie. Dit leidde herhaaldelijk tot bezuinigingen op de defensie-uitgaven. Het gehele defensiebeleid was er sinds de Eerste Wereldoorlog eigenlijk op gebaseerd, dat Nederland ook bij een nieuwe oorlog haar neutraliteit zou behouden.

In 1935 ontstond ook in Nederland langzamerhand een bewustzijn van de internationale dreiging. Er was geen getraind leger en uitsluitend verouderd materieel. Er werd 31 miljoen gulden beschikbaar gesteld om hier wat aan te doen. Vanaf het najaar van 1938, het jaar dat Duitsland Oostenrijk inlijfde, begon het naderende gevaar serieus in politiek Nederland door te dringen. In september 1939 vond algemene mobilisatie plaats. De militairen waren niet of nauwelijks geoefend. Al eerder was begonnen met het versterken van de Vesting Holland, maar pas vlak voor het uitbreken van de oorlog werd echt ernst gemaakt met de bouw van kazematten.

 


De vesting Holland

In 1922 vond een reorganisatie plaats van de ‘Vesting Holland’. De vesting werd kleiner gemaakt en de bevelsstructuur gewijzigd. Alle steunwerken die erbuiten vielen werden ontmanteld. Vesting Holland was de kern van de landsverdediging en bestond uit verdedigingswerken in de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak en de Stelling van de Monden van de Maas en het Haringvliet. In 1923 hoorden ook de kustforten van Hoek van Holland en IJmuiden hierbij. Er was een verdeling in Zuid-, West-, Noord- en Oostfront.

Bij het Oost- en het Zuidfront vormden de waterhindernissen, de grote rivieren en inundaties, samen met de daarachter gelegen stellingen, de belangrijkste passieve verdedigingskracht. Overgangen en doorgangen kregen extra verdedigingswerken.

Het eiland van Dordrecht viel onder het Zuidfront van de Vesting Holland, gevormd door de lijn Biesbosch–Hellevoetsluis. Het Oostfront – Muiderberg, Utrecht, Gorinchem en de Nieuwe Hollandse Waterlinie – aangelegd in perioden tussen 1816 en 1874, bleef tot maart 1940 de Hoofdverdedigingslijn. Met het aantreden van generaal Winkelman in 1940 werd dat de Grebbelinie, daarnaast kregen de grote rivieren en het Zuidfront extra aandacht.