Park Merwestein
Begin jaren
Er is nog niet veel bekend over het leven in het park tijdens de vroege jaren van de oorlog.
Het park was vermoedelijk toegankelijk, maar de bovenstaande foto laat zien dat dit niet voor iedereen gold.
Vordering
De Duitsers namen verschillende villa’s rondom het park in beslag, waaronder Villa Soekasari, om er diverse officieren onder te brengen. In 1943 werd het hele park gevorderd.
Het hoofdkwartier van de generaal, die de regio Dordrecht aanstuurde, werd hier gevestigd. Barakken werden gebouwd en samen met de villa, de tuinmanswoning en het melkhuis vormden ze één groot kampement. Ter beveiliging tegen luchtaanvallen werden ook vijf grote bunkers onder de bomen verborgen. Dit leidde tot aanzienlijke schade aan wegen, paden, beplanting, afscheidingen en bruggen. De eenden en zwanen werden ondergebracht in het Wantijpark, terwijl de herten op Dordtwijk moesten worden gehuisvest.
Bron: Van Landgoed tot Gemeengoed, de geschiedenis van Park Merwestein – Pieter Breman /DSW 1985
DE GESCHIEDENIS
Het monument in Park Merwestein, Dordrecht, herdenkt het moedige verzetswerk van Koos van Waalwijk van Doorn, Bob Schotel en Miki.
In 1944 diende het park als kampement en hoofdkwartier voor de Duitse 15e Armee. Op 24 oktober 1944 bombardeerde de Britse Royal Air Force (RAF) het gebied. Voorafgaand aan dit bombardement voerde de Binnenlandse Inlichtingendienst (BID) spionageactiviteiten uit in en rondom het park. Hierbij kwamen minstens negen Duitse soldaten en 57 Dordtse inwoners om het leven.
Koos van Waalwijk van Doorn was slechts 17 jaar oud toen hij in mei 1944 door Bob van de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging in Dordrecht werd benaderd om deel te nemen aan spionagewerkzaamheden. Bob vroeg hem om, zonder het op te schrijven, troepenbewegingen te observeren en zoveel mogelijk informatie te verzamelen over de samenstelling, legerofficieren en bewapening van de Duitse bezetter in en rondom het stadscentrum. Om te voorkomen dat schriftelijke informatie in Duitse handen viel, kwam Bob een à twee keer per week naar de Aardappelmarkt voor mondelinge rapportages.
Op 16 september 1944 was Koos op weg naar twee ondergedoken Joodse meisjes om voedselbonnen te brengen, toen hij tot zijn verbazing tanks en andere legervoertuigen het Oranjepark zag binnenrijden. In een van de voertuigen zat een hoge officier, te herkennen aan zijn onderscheidingen en gele revers. Koos observeerde de situatie enige tijd in het geheim, voordat hij zijn weg naar de Joodse meisjes vervolgde.
Die avond, rond 23.00 uur, sloop Koos zijn huis uit, ondanks de geldende avondklok, om terug te keren naar het park. Stilletjes klom hij over het hek. Rechts van het looppad stonden de tanks en legervoertuigen dicht op elkaar opgesteld, terwijl Duitse soldaten deze haastig camoufleerden. De sfeer was gespannen en paniekerig.
Vervolgens sloop Koos voorzichtig tussen de struiken naar de plek waar nu het bruggetje staat. Iets voorbij het bruggetje trapte hij op een takje. Een Duitse soldaat die op een tank stond en het camouflagenet spreidde, draaide zich abrupt om en keek in de duisternis precies naar de plek waar Koos zich verscholen had. Koos hield minutenlang zijn adem in en bewoog niet, tot de soldaat zich weer omkeerde en verderging met zijn werk. Nadat hij meer informatie had verzameld, keerde Koos via het bos en een tuin aan de Singel terug naar huis.
De volgende dag meldde hij alles wat hij had gezien aan Bob. Koos kende Bob’s achternaam niet, en ook zijn verzetsnaam was hem onbekend, wat zijn veiligheid garandeerde. Bob had altijd gezegd dat hij uit Hardinxveld kwam. Pas na de bevrijding ontdekte Koos dat Bob in werkelijkheid Bob Schotel heette en uit Zwijndrecht kwam. Hij heeft Bob nooit meer ontmoet, aangezien Bob in 1957 omkwam bij een schipbreuk in de Grote Vaart.
Na de oorlog vernam Koos dat Bob diezelfde dag nog naar Amsterdam was gereisd en de baas van de Geheime Dienst Nederland (GDN) had gesproken. Deze dienst bestond uit 1038 medewerkers. Gewoonlijk werden gegevens via verschillende koeriers doorgegeven, maar Bob vond het in dit geval urgent om het nieuws door te geven. De chef van de GDN heette Miki, en pas in 1988 ontdekte hij wie achter de schuilnaam Koos schuilging. Bob’s verzetsnaam was Louis I. In 1989 constateerde een oud-Englandvaarder van de GDN in Londen dat het bericht van de GDN als eerste daar was aangekomen en was geregistreerd.
Op 19 oktober 1944 stond Koos op de hoek van de Merwedekade toen hij in de verte vier laagvliegende bommenwerpers zag naderen. Meteen besefte hij dat zij voor het park komen. In 1990 vernam hij dat een goede vriend en klasgenoot destijds als Engelandvaarder naar Londen was gevlucht en als gids aan boord van het voorste vliegtuig bij de commandant zat.
Onthulling
Het monument werd onthuld op 2 juli 1994 door mevrouw van Waalwijk van Doorn, de echtgenote van Koos van Waalwijk van Doorn.
Bombardement
In september 1944 wordt door ondergrondse verzetsgroepen vermoed, dat de staf van het vijftiende leger zich – na terugtrekking van de gevechten in Normandië – in het park heeft gevestigd. Deze informatie komt in handen van de geallieerden en besloten wordt het park te bombarderen.
Kaart van de troepenverplaatsingen in 1944 rond het bombardement op Park Merwestein op 24 oktober 1944. | Regionaal Archief
Op 24 oktober 1944 is het tijd voor actie!
Vijf squadrons Typhoons, in totaal 49 vliegtuigen van de Royal Air Force, stijgen op vanaf het vliegveld in Deurne, vlakbij Antwerpen. Nog voor de klok twaalf uur slaat, zijn ze al onderweg naar Dordrecht. Twee squadrons zorgen ervoor dat het Duitse luchtdoelgeschut bij de havens en de spoorbrug bezig blijft, terwijl de andere drie met een flinke vaart van 400 mijl per uur – 'alsof een rugbyteam het veld op rent', zoals de Daily Mail later zou beschrijven – richting het doel van de actie vliegen: Park Merwestein. Daar droppen ze bommen van maar liefst 500 en 1000 kilo.
Van Landgoed tot Gemeengoed, de geschiedenis van Park Merwestein – Pieter Breman /DSW 1985
Hoewel het bombardement een beetje succesvol was – de bunkers en barakken hebben het flink te verduren gehad en het vijftiende leger is verder op de vlucht gedreven – heeft niet alleen het park het zwaar te verduren gehad. Het bombardement was allesbehalve precies. Diverse bommen vielen op gebouwen in de buurt en dat leidde tot een vreselijke toestand. Naast al die materiële schade zijn er ook best wat burgerslachtoffers te betreuren, onder andere door een directe treffer op de Buitenschool aan de Vriesestraat.
Schade door bombardement 24-10-1944
Jarenlang zou volgehouden worden dat bij het bombardement ook veel Duitse slachtoffers waren gevallen, waaronder twee generaals, 55 stafofficieren en circa 200 manschappen. De laatste jaren wordt hier sterk aan getwijfeld.
Hoe de informatie over de aanwezigheid van het vijftiende leger bij de geallieerden terecht kwam is ook niet geheel duidelijk. Er waren in de oorlog meerdere verzetsgroepen, maar hun versies over dit hoofdstuk vertonen flinke verschillen. In het park zijn door leden van één van deze verzetsgroepen later twee herdenkingsstenen geplaatst.
Wederopbouw
Na de bevrijding neemt de wederopbouw een aanvang. In het park begint die met het opruimen versperringen, het vullen van dekkingsgaten en het oplazen van de bunkers. De bunkerfunderingen blijven in de grond zitten. Lichte terreinverhogingen geven de plaatsen nog aan. De vernielde riolering wordt vervangen en de barakken gedemonteerd voor gebruik elders. Dan kan de herinrichting van Merwestein beginnen.
De villa was compleet verwoest en de fontein is nooit meer in zijn oude vorm hersteld. Ook het melkhuis is door het bombardement beschadigd en wordt uiteindelijk in ’48 afgebroken. Het park moet verder veel oude bomen missen, die tijdens het bombardement beschadigd of in de hongerwinter omgehakt zijn. Bij het herstel krijgt het park onder andere haar huidige toegangspoorten, het Werfje en een nieuwe brug. Ook wordt de tuin van de voormalige villa bij het park getrokken, wordt de zwanen- of eendenvijver gedeeltelijk hergraven, waardoor voortaan twee eilandjes te zien zijn en komen enkele paden anders te lopen.
De herstelwerkzaamheden vangen aan in 1946 en duren tot pinksteren ’47.
Gedenkteken
In 1946 neemt het gemeentebestuur het besluit een comité te vormen voor het realiseren van een gedenkteken, ter herinnering aan bezetting en bevrijding. In 1952 wordt ‘de Levensboom’, ontworpen en gemaakt door Hans Petri, gepast onthult op de plek waar voorheen de villa had gestaan. Elke vijf jaar wordt hier door de gemeente de bevrijding gevierd.
‘De Levensboom’ – Hans Petri
Vorm en materiaal
De Levensboom is vervaardigd uit Franse witte hardsteen (Vaurion).
Symboliek
Het basement van de zuil wordt gevormd door vier figuren, die de ellende van de oorlog en de hunkering naar de bevrijding en het leven uitbeelden. Uit dit basement groeit een krachtige levensboom op: een zware stam, getooid met takken, bladeren en bloemen. Talrijke figuren vormen in hun onderlinge opeenvolging een geleidelijke overgang van de oorlogsellende naar het vreugdevolle, eeuwige leven. Zij symboliseren de oneindige levensdrang van mensen, ondanks dood en smart.
Bij de stam staat een oude vrouw afgebeeld, die wordt opgevolgd door een jong gezin met hond, verwijzend naar hoop op vrede en een toekomst. Een feestvierende harlekijn tussen bladeren en openbarstende zaden symboliseert vreugde en hoop. Vervolgens is er een feniks te zien, die uit het vuur herrijst. De beeltenis is een symbool van onsterfelijkheid en eeuwige verjonging na ondergang, en verwijst naar de wederopbouw en de hoop op een betere toekomst. Het geheel wordt bekroond door drie engelen, die de triomf van vrede en herwonnen vrijheid over de wereld uitbazuinen.
Villa Merwestein
Villa Merwestein werd in 1852 gebouwd, in opdracht van het echtpaar Otto Boudewijn ‘t Hooft van Benthuizen en Adriana Timmers Verhoeven, die tot aan hun overlijden in de villa hebben gewoond. Deze villa en het omliggende landgoed dienden als buitenplaats voor hun verblijf. In de wintermaanden resideerden zij in het Huis de Onbeschaamde aan de Wijnstraat, terwijl zij gedurende de overige seizoenen de villa op Merwestein betrokken.
In 1885, toen het landgoed werd omgevormd tot openbaar park, is besloten Villa Merwestein te verhuren; sindsdien hebben verschillende burgemeesters in de villa gewoond.
In 1924 onderging de bestemming van het pand een wijziging. Het jaar daarop huurde de Vereeniging tot Stichting van een Tehuis voor bejaarden uit den beschaafden stand het gebouw van de gemeente, waarna het als bejaardentehuis werd geëxploiteerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog neemt de Duitse Wehrmacht het park in bezit. Het hoofdkwartier van de in de omgeving van Dordrecht bevelvoerende generaal wordt er gevestigd. Er worden barakken neergezet en samen met de Villa, de Parkwachterswoning en het Melkhuis vormen ze één groot militair kampement.
Op 24 oktober 1944 wordt het park gebombardeerd door de Royal Air Force. De Villa Merwestein werd totaal vernietigd.
Op de plaats waar de Villa had gestaan, is op 10 september 1952 een oorlogs- en bevrijdingsmonument onthuld, van de beeldhouwer Hans Petri.
Het Melkhuis
Het Melkhuis, dat vlak na de oorlog is gesloopt, was oorspronkelijk een koetshuis behorende tot landgoed Merwestein. Het Berckepad liep in die tijd verder door, tot aan de villa. Waarschijnlijk konden de paarden met koets tot vlak voor de deur komen en stonden ze -als ze niet werden gebruikt- in het koetshuis.
Toen het park in 1885 openging voor publiek, kreeg het Koetshuis een geheel andere bestemming.
Voor 3 cent werd een glas melk verstrekt, en voor één cent kon men er een eierkoek bij krijgen. Een attractie voor de kinderen was een poppenspel in een soort minitheater. Kleine kinderen werden op een regenton gehesen om alles maar goed te kunnen zien. Men gooide één cent in een gleuf en dan schoven automatisch de gordijnen van de poppenkast open. En dan gingen de poppen aan het dansen.
Omdat er spiegels waren opgesteld leek het alsof men in een balzaal keek met vele dansende figuren.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Park Merwestein, dat ernstig te lijden had gehad van het oorlogsgeweld, ingrijpend gerenoveerd.
Het Melkhuis -dat niet geheel onbeschadigd was gebleven- ontkwam niet aan de slopershamer, onder andere omdat het voor de gemeente een te geringe bron van inkomsten was.
Op de locatie van het koetshuis bevinden zich nu het werfje en het voorliggende terrein.
Bloemfontein
In Park Merwestein heeft een sierlijke fontein gestaan, naast de voormalige villa.
De foto hieronder toont een meer dan 100 jaar oude foto van de grote fontein, die tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog één van de gezichtsbepalende elementen in het park is geweest. De fontein stond midden in een ronde vijver met goudvissen en waterlelies.
Door het bombardement in 1944 is de fontein onherstelbaar beschadigd.
Fontein in 1985
Bij de renovatie, na de oorlog, is de vijverbodem -een betonnen bak- hersteld en zijn daarin in de loop der jaren diverse eenvoudige spuiters geplaatst.
Later is er de bronzen “Bloemfontein”, een werk van de Dordtse kunstenaar Jan Asjes van Dijk bijgeplaatst, na de beeldententoonstelling ‘Beelden in Dordt’ van 1977.
Wegens slijtage van de vijverbodem en de leidingen voor de watertoevoer en -afvoer, kon de fontein niet meer functioneren. Herstel vergde een grote investering die de gemeente niet beschikbaar kon stellen. Daarom is gekozen voor het inplanten van de voormalige fonteinbak met hortensia’s.
Het werk van Jan Asjes van Dijk prijkt nog steeds in het midden.
Twee herdenkingsstenen
In Park Merwestein zijn twee gedenkstenen geplaatst ter nagedachtenis van drie verzetsstrijders, die naar men veronderstelt een cruciale rol hebben gespeeld in het informeren van de geallieerden over de aanwezigheid van de legerleiding van het 15e Duitse leger, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Park Merwestein was gelegerd. Deze informatie leidde tot een luchtaanval door de RAF op het park.
Beide gedenkstenen zijn geschonken door de heer en mevrouw van Waalwijk van Doorn.
De exacte locatie van de gedenkstenen is te vinden op de plattegrond van het park.