De rangstructuur van het Britse en Canadese leger in WOII
De Britse en Canadese landmacht leken qua rangstructuur sterk op elkaar, omdat Canada in de Tweede Wereldoorlog een eigen leger had maar de organisatie en rangbenamingen sterk uit de Britse militaire traditie kwamen. Er waren wel enkele belangrijke verschillen. Hieronder zet ik het op dezelfde manier uiteen als bij de Amerikanen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond het Britse en Canadese leger uit een zeer duidelijke hiërarchie. Grofweg waren er twee werelden:
Other Ranks → gewone soldaten, NCO's en warrant officers
Commissioned Officers → officieren met een formele commissie
Bij de Britten droegen gewone soldaten en onderofficieren hun rangtekens voornamelijk op de mouw, terwijl officieren hun rang meestal op de schouderstukken droegen.
1. De gewone soldaat
Onderaan stond de Private (Pte).
Dit was de normale infanterist of soldaat. Hij had geen rangstrepen en was verantwoordelijk voor het uitvoeren van opdrachten, training en het gevecht.
Bij de Canadezen bestond eveneens de Private als laagste rang. De Canadese ranglijst van 1939–1945 laat dezelfde basisopbouw zien.
Een belangrijk verschil met het Amerikaanse systeem is dat je bij de Britten en Canadezen vaak niet alleen aan de rang kon zien wat iemand deed. Regiment, korps en functie waren minstens zo belangrijk.
2. Lance Corporal
Daarboven kwam de Lance Corporal (L/Cpl).
Dit was een soldaat die tijdelijk of formeel extra verantwoordelijkheid kreeg, bijvoorbeeld als tweede man van een kleine groep.
Interessant is dat lance corporal tijdens de oorlog niet overal als een volledig zelfstandige rang werd beschouwd. Het was oorspronkelijk vooral een appointment/aanstelling die kon worden ingetrokken. Bij de Canadezen kwam de rang eveneens voor.
3. Corporal
De Corporal (Cpl) was een echte onderofficier.
Hij leidde een kleine groep soldaten en was verantwoordelijk voor:
-
discipline;
-
training;
-
het uitvoeren van bevelen;
-
het leiden van zijn groep tijdens gevechten.
Dit is vergelijkbaar met de Amerikaanse Corporal, maar de Britse/Commonwealth-structuur had een eigen traditie en terminologie.
Bij de Canadese Army-ranglijst van 1939–1945 staat Corporal eveneens als NCO-rang.
4. Sergeant
De Sergeant (Sgt) was een ervaren onderofficier.
Hij kon verantwoordelijk zijn voor een grotere groep en had een belangrijke rol in de dagelijkse leiding en discipline.
De sergeant was, net als bij de Amerikanen, een belangrijke schakel tussen de gewone soldaten en de officieren.
Bij gespecialiseerde onderdelen kon de naam van de functie veranderen. Zo bestonden bijvoorbeeld verschillende functies voor technische of logistieke sergeanten.
5. Staff Sergeant
Daarboven stond de Staff Sergeant.
Dit was een senior NCO met aanzienlijk meer verantwoordelijkheid.
Afhankelijk van het regiment of korps kon hij bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor:
-
logistiek;
-
administratie;
-
onderhoud;
-
bevoorrading;
-
een belangrijke onderafdeling van een eenheid.
Bij de Britten wordt de staff sergeant vaak geassocieerd met functies zoals Quartermaster Sergeant. In het Canadese leger bestonden eveneens verschillende appointments binnen deze categorie.
6. Warrant Officers
Hier wordt het Britse systeem interessant.
De Britten en Canadezen hadden Warrant Officers, die boven de gewone NCO's stonden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kende men:
WO III
Warrant Officer Class III
Dit was een bijzondere rang die vanaf 1938 bestond, maar in 1940 werd opgeschort. Nieuwe benoemingen werden daarna niet meer gedaan.
WO II
Warrant Officer Class II
Deze kon bijvoorbeeld de functie hebben van:
Company Sergeant Major (CSM)
Hij was een zeer ervaren onderofficier en had een belangrijke rol binnen een compagnie.
WO I
Warrant Officer Class I
Dit was de hoogste categorie van de warrant officers.
Een bekende functie was:
Regimental Sergeant Major (RSM)
De RSM was een zeer machtige en gerespecteerde onderofficier binnen een bataljon of regiment.
Bij de Britten was WO1 de hoogste NCO/warrant-officerlaag; functies omvatten onder andere regimental sergeant major en andere senior appointments.
De Canadezen gebruikten een vergelijkbare structuur met WO I, WO II en — in het begin van de oorlog — WO III.
7. Second Lieutenant
Dan komen we bij de officieren.
De laagste commissioned officer was de:
Second Lieutenant (2nd Lt)
Zijn rangteken was een enkele ster (pip).
Een tweede luitenant leidde doorgaans een peloton of, bij andere wapens, een vergelijkbare eenheid.
Dit was vaak een jonge officier met relatief weinig ervaring. Hij moest echter wel leiding geven aan ervaren soldaten en onderofficieren.
De National Army Museum beschrijft de Second Lieutenant als de laagste commissioned officer en als commandant van een platoon of troop.
8. Lieutenant
Daarboven stond de:
Lieutenant (Lt)
Deze had meer ervaring en kon bijvoorbeeld een peloton leiden of optreden als tweede man binnen een compagnie.
Bij cavalerie en sommige andere onderdelen konden de functies en benamingen enigszins verschillen.
9. Captain
De Captain (Capt) was een belangrijke junior officer.
Hij kon commandant zijn van een:
-
compagnie;
-
batterij bij de artillerie;
-
squadron bij cavalerie/pantser.
Hij stond rechtstreeks boven de luitenants en was verantwoordelijk voor een aanzienlijke groep militairen.
Dit is ongeveer vergelijkbaar met de Amerikaanse Captain, hoewel de precieze organisatie per eenheid verschilde.
10. Major
De Major was de eerste belangrijke field officer.
Hij kon bijvoorbeeld:
-
tweede man van een bataljon zijn;
-
stafwerk doen;
-
operaties plannen;
-
een sub-eenheid leiden.
Een major werkte veel meer op het niveau van planning en coördinatie dan een jonge luitenant.
11. Lieutenant Colonel
De Lieutenant Colonel (Lt Col) was typisch de commandant van een bataljon.
Een bataljon bestond uit meerdere compagnieën en kon honderden soldaten omvatten.
Dit was een belangrijke commandopositie: de luitenant-kolonel moest ervoor zorgen dat de compagnieën gezamenlijk hun opdracht uitvoerden.
12. Colonel
De Colonel was een senior field officer.
Hij kon bijvoorbeeld:
-
een regiment leiden;
-
een belangrijke stafpositie bekleden;
-
verantwoordelijk zijn voor planning en coördinatie op hoger niveau.
Hierbij moet je opletten: een colonel was niet automatisch altijd de commandant van een regiment. De functie en rang moeten bij het Britse leger van elkaar worden onderscheiden.
13. Brigadier
Een interessante Britse rang is de:
Brigadier
De brigadier was in de Tweede Wereldoorlog de laagste rang binnen de hogere commandostructuur, maar geen volwaardige generaalrang zoals de Amerikaanse Brigadier General.
De Britten hadden de oude titel brigadier-general in de jaren 1920 vervangen door brigadier.
Een brigadier kon bijvoorbeeld een brigade leiden.
Een brigade bestond uit meerdere bataljons en kon enkele duizenden militairen omvatten.
14. Major General
De: Major General was typisch de commandant van een divisie.
Een divisie bestond uit meerdere brigades en ondersteunende eenheden en kon vele duizenden militairen omvatten.
De Major General was verantwoordelijk voor de grote lijnen van de gevechtsoperatie.
Bij de Britten werd de rang aangeduid met een ster boven gekruiste baton en sword.
15. Lieutenant General
Daarboven stond de: Lieutenant General
Deze voerde doorgaans het bevel over een corps.
Een corps bestond uit meerdere divisies en kon dus uit tienduizenden soldaten bestaan.
Hier begon het niveau waarop generaals niet meer rechtstreeks een compagnie of bataljon aanstuurden, maar grote formaties en operaties coördineerden.
16. General
De:General was een van de hoogste actieve leger-rangen.
Een General kon bijvoorbeeld een leger (Army) commanderen.Een leger bestond uit meerdere corps en kon dus honderdduizenden militairen omvatten. Bekende Britse generaals uit de Tweede Wereldoorlog waren bijvoorbeeld Bernard Montgomery en Alan Brooke.
17. Field Marshal
Boven de General stond: Field Marshal
Dit was de hoogste reguliere Britse leger-rang. De vijf sterren van de Amerikaanse General of the Army moet je dus niet één-op-één vertalen naar een Britse rang: de Britse top was de Field Marshal. Bekende Britse Field Marshals uit de Tweede Wereldoorlog waren onder andere Bernard Montgomery en Alan Brooke.
En hoe zat het met de Canadezen?
De Canadese Army gebruikte tijdens WOII een zeer vergelijkbare rangstructuur:
Private
↓
Lance Corporal
↓
Corporal
↓
Sergeant
↓
Staff Sergeant
↓
Warrant Officer Class II
↓
Warrant Officer Class I
↓
Second Lieutenant
↓
Lieutenant
↓
Captain
↓
Major
↓
Lieutenant Colonel
↓
Colonel
↓
Brigadier
↓
Major General
↓
Lieutenant General
↓
General
De Canadese ranglijst voor 1939–1945 bevestigt deze structuur en bevat daarnaast de historische WO III-rang.
Een belangrijk verschil is dat Canada een eigen nationaal leger had. Canadese militairen vochten echter binnen de bredere Britse/Commonwealth militaire structuur en werkten tijdens de oorlog nauw samen met Britse formaties.
Een goed voorbeeld is het 1st Canadian Army, met Canadese korpsen en divisies binnen de geallieerde commandostructuur. Het Canadian War Museum toont bijvoorbeeld de insignia en formaties van onder andere het 1st Canadian Army en 1st en 2nd Canadian Corps.
🇺🇸🇬🇧🇨🇦 Het grote verschil met de Amerikanen
Dit is waarschijnlijk het interessantste als je de drie legers met elkaar wilt vergelijken.
Niveau🇺🇸 VS🇬🇧 Groot-Brittannië🇨🇦 CanadaGewone soldaatPrivatePrivatePrivateJunior NCOCorporalLance Corporal / CorporalLance Corporal / CorporalNCOSergeantSergeantSergeantSenior NCOStaff/Technical SergeantStaff Sergeant / WOStaff Sergeant / WOHoogste NCOFirst/Master SergeantWO1 / RSMWO1 / RSMLaagste officier2nd Lieutenant2nd Lieutenant2nd LieutenantCompany commandCaptainCaptainCaptainBattalion commandLieutenant ColonelLieutenant ColonelLieutenant ColonelBrigadeBrigadier GeneralBrigadierBrigadierDivisionMajor GeneralMajor GeneralMajor GeneralCorpsLieutenant GeneralLieutenant GeneralLieutenant GeneralArmyGeneralGeneralGeneralHoogsteGeneral of the Army ⭐⭐⭐⭐⭐Field MarshalGeneral
Het opvallendste verschil
De Amerikanen gebruikten veel meer verschillende sergeant- en technician-rangen, terwijl de Britten en Canadezen een sterk systeem hadden van NCO → Warrant Officer → Officer.
Vooral de Warrant Officer / Regimental Sergeant Major was belangrijk in de Britse en Canadese traditie. Dit was een zeer ervaren militair die enorm veel praktische invloed kon hebben zonder commissioned officer te zijn.
Kort samengevat
Je kunt de commandostructuur van de Britten en Canadezen het beste zien als een piramide:
Private
→ Lance Corporal / Corporal
→ Sergeant / Staff Sergeant
→ Warrant Officer / RSM
→ Second Lieutenant / Lieutenant / Captain
→ Major / Lieutenant Colonel / Colonel
→ Brigadier
→ Major General
→ Lieutenant General
→ General
→ Field Marshal
De Amerikaanse structuur lijkt hier sterk op, maar de benamingen, rangtekens en vooral de positie van de warrant officers en senior NCO's zijn anders.